Site Overlay

Kantelpunt

Het zou mogelijk zijn te stellen dat ik momenteel geen tijd heb om een artikel als dit te schrijven en daarmee ten tonele van de wereld verschijn. Er is deze week zoiets als poëzieweek in Nederland en Vlaanderen en als we mijn inziens ergens baat bij zouden kunnen hebben in deze tijden, dan is het wat meer poëtische waarnemingen en ervaringen in ons toe te laten en te delen. Mede omdat ik een grote voorliefde voor poëzie geniet, vul ik dan ook graag mijn tijd hiermee in deze dagen, en dat deel ik graag.

Er is zoveel schoonheid in de wereld!

Dat vind ik pijnlijk om te benoemen, want tegelijkertijd staat de wereld aan alle kanten keihard in de fik! Zo erg dat ik me er bijna voor schaam om te zeggen dat ik nog schoonheid in de wereld zie. Toch is het, naar mijn inzicht, belangrijk om het oog voor schoonheid te koesteren, ook in tijden waarin lelijkheid en daarmee gepaard gaande verwoesting steeds meer lijken te overheersen. Wie de schoonheid zelf uit het oog verliest, heeft een kans zelf die verwoesting achterna te gaan. Dan wel actief deelnemend, dan wel ondergaand. En verwoesting is er genoeg op de wereld, zeker op dit moment, dus laten we daar spaarzaam en bedachtzaam mee zijn.

Een andere optie om te kunnen omgaan met het uit het zicht verliezen van schoonheid, zou vluchten kunnen zijn. Wanneer ik de rijkste man van de wereld zou zijn, dan zou ik zelfs schijt aan iedereen kunnen hebben en simpelweg een nieuwe kolonie op Mars kunnen stichten met allemaal IVF‑kinderen die later implantaten in hun hersenen krijgen, zodat ze geprogrammeerd kunnen worden om het minder efficiënte segment van het menselijke ras niet te hoeven te dienen, of zelfs uit kunnen roeien. Het is niet dat ik die ambities en behoeftes heb. En voor vele anderen liggen er zodanig ongunstige opties op tafel die een nog concreter gevaar dan dit vormen ten aanzien van hun voortbestaan op korte termijn. Daar bekommer ik me liever over. Door al dit soort gruwelijkheden lonkt fysiek vluchten, of mentaal vluchten, in de roes soms als andere uitweg.

Aangezien ik me vooralsnog gelukkig mag prijzen dat ik tegenwoordig in relatieve veiligheid kan leven en vanuit die rust kan waarnemen hoe de toestanden in de wereld zijn, zie ik daar de noodzaak niet meer van. Niet meer, omdat ik om op deze plaats te komen in zekere zin ook wel een verleden als een soort vluchteling draag. Dus ik weet ook waar ik vandaan kom en waar de mensen zijn die de hulp het hardst nodig hebben. Dat is in ieder geval niet de rijkste man van de wereld.

Van mensen die fysiek vluchten zijn dagelijks geregeld veel berichtgevingen. Hele stromen van bevolkingen die hun huis en alles wat vertrouwd is verlaten, om elders een betere mogelijkheid om te leven te vinden. Mentaal vluchten gebeurd wat meer in stilte, vaak ook wat meer onder de radar. Vluchten in een roes hoeft overigens niet per se door drugs of alcohol afkomstig te zijn. Zelfs in poëzie is het mogelijk om een toevluchtsoord te vinden. Of in een goed boek, muziek, een sport. Maar zo zijn er bijvoorbeeld ook genoeg workaholics die dagelijks een high najagen door de vaak opgejaagde manier van hoe zij arbeid verrichten en op die manier de iets grotere werkelijkheid waarin ze leven minder goed onder ogen zien. In die zin is een therapie om van een burn‑out af te komen niets anders dan een behandeling bij een afkickkliniek om van middelenmisbruik af te komen. Niet zelden gaan beide ook hand in hand.

De onderwerpen die ik hiermee deel zijn niet altijd licht. Daarover wil ik niet onrealistisch zijn. Onder andere daarom ben ik, ondanks poëzieweek, toch aan de slag gegaan om dit stuk te schrijven, zodat ik het naast alle ellende in de wereld met u over de schoonheid van het woord clusterfuck kan hebben.

De kracht van taal beschouw ik als een secuur aangelegenheid. En omdat ik schoonheid koester, moet ik bij het in mijn mond nemen en vervolgens uitschrijven van woorden als clusterfuck toch even nadenken of ik dat niet eleganter kan verwoorden. Anderzijds mogen kwesties ook genoemd worden naar wat ze zijn. Ergens omheen draaien zou nog een grotere misplaatsing en dus lelijker zijn. In gradatie van zware woorden valt het woord misschien zelfs nog mee. Daarmee zou het als een subtiele noodzakelijkheid beschouwd kunnen worden.

Het nare met verwoestende kwesties binnen het sociale domein is namelijk dat ze vaak met taal beginnen. En des te vaker een woord dat niet direct straalt van schoonheid en zelfs een beetje hard is, wordt gebruikt, des te meer wordt het genormaliseerd. En zo, heel langzaam, ontspruiten slopende krachten van democratieën als kleine bergriviertjes tot grote stromingen. Of het noodzaak is betwijfel ik nog altijd, maar wie elkaar de maat wil nemen kan harde taal gebruiken, of hard schreeuwen. Ook beiden komt voor. De echo van een hard woord kan lang klinken, maar ongehoord blijven wanneer ze nog van een bergtop worden geroepen waar vrijwel niemand is. Maar als dat kleine bergriviertje vervolgens een grote, stromende, kolkende rivier wordt die met een allesverwoestende kracht een diepe bedding weet te slijpen in de aarde en daarmee een weg vooruit baant naar de grote massa, dan bestaat er kans dat er dammen en dijken gebouwd dienen te worden om overstromingen van leefgebied en het verdwijnen van vaste grond onder de voeten te voorkomen. Of in het ergste geval dat de bewoners in zo’n gebied ervoor moeten vluchten.

In mijn essay Transformatie naar een spirituele renaissance verwees ik onder andere naar het eerder verschenen artikel in NRC van Ilja Leonard Pfeijffer met de titel ‘Simpele oplossingen voor grote vraagstukken’. Het artikel verscheen in 2023 en daarin noemde hij dat Nederland was vastgelopen door een fundamentele systeemcrisis, waarvan de complexiteit van het overheidsbeleid een grote clusterfuck is. In diezelfde verwijzing voegde ik eraan toe dat mijn inziens die benaming ook op wereldniveau aardig toepasbaar is, wanneer we kijken naar de dynamiek waarin de grootmachten onderhevig zijn en welke positie zij daarin innemen. Dat was bij schrijven in het voorjaar van 2025 en publicatie in juli 2025.

Gisteren las ik in Mare, een tijdschrift voor de Universiteit van Leiden, dat de toestand in de wereld één grote clusterfuck is, aldus wederom geschreven door Ilja Leonard Pfeijffer. Het doet mij een licht genoegen de bevestiging te krijgen dat ik de verwijzing met aanvullende woorden die ik vorig jaar in mijn eerder genoemde essay in de mond nam, in relatie tot de toestand van de wereld, nu ook van hem mocht lezen. Je zou kunnen stellen dat ik hier een pluim in m’n eigen reet steek, maar daar schrijf ik dit niet voor. Dat zou totaal misplaatst zijn. Daar ben ik me ernstig van bewust. Wel is het fijn de bevestiging te krijgen van een collega van formaat als Ilja Leonard Pfeijffer.

Waarom ik dit wel schrijf, is omdat het woord clusterfuck elegant is in hoe compact het iets groots verwoordt. Dat is dan weer bijna pure poëzie. Een fragment uit het gedicht Auguries of Innocence van William Blake wordt in populaire media‑uitingen vaak gebruikt om te omschrijven wat poëzie nou eigenlijk is. Dat fragment luidt:

“Poetry is:
To see a World in a Grain of Sand
And a Heaven in a Wild Flower,
Hold Infinity in the palm of your hand
And Eternity in an hour”

Het hele gedicht is prachtig, maar laten we voor het gemak hier even de beperking nemen tot de korte, vluchtige verwijzing van een strofe, zoals populaire media dat in deze dagen graag doen, in voor‑ en tegenspoed. ‘Poëzie is: de wereld te zien in een zandkorrel.’ In het licht van deze dichtregel is clusterfuck een ander woord voor zandkorrel. Zo klein, maar allesomvattend en toch nog in een vuist passend die gebald kan worden. Niet om te slaan, niet om geweld te gebruiken, maar om de urgentie te duiden. Met twee vuisten in de lucht! Desnoods schreeuwend dat je tot je knieën in het water staat van een harde stroming.

In deze tijden kunnen we het woord clusterfuck mogelijk beter ter hand nemen dan andere opties, zoals bijvoorbeeld vluchten voor de werkelijkheid, omdat de hoop voor een toekomst voor veel mensen, voor een steeds groter aantal ook, recht voor hun ogen verdampt. Dat is geen theatervoorstelling die terzijde kan worden gelegd, maar keiharde realiteit die soms letterlijk voor hun ogen wordt platgeslagen, gebombardeerd, kapotgemaaid, neergesabeld, gedeporteerd of uitgemoord. En als het ene is voltrokken, komt het volgende uit de coulissen ten tonele.

De huizenmarkt zit vast, het klimaat wordt uit elkaar gerukt, sociale en economische verschillen nemen toe, gezondheid en de zorg daarvoor staan onder druk, er zijn enorme geopolitieke spanningen, vrije pers en media staan onder druk en nog vele andere ongewenste kwesties vormen samen een toneelvloer voor de theatervoorstelling met de titel Clusterfuck, waarin de grootmachten van de wereld elkaar uitspelen in een zodanige hevigheid dat er weinig van het publiek overblijft, tenzij ze zich verzetten of vluchten. Echter is het mooie van theater dat het niet realistisch is, maar de realiteit spiegelt. De Clusterfuck-voorstelling die hier besproken wordt en waar wij allen voornamelijk als publiek deel van zijn, is helaas echt. Nu het woord clusterfuck wat vaker voorbij is gekomen, klinkt het misschien ineens minder heftig dan aan het begin van deze tekst. Het benoemt wat het is als bijna pure poëzie. Bijna puur, maar dat is het dus niet. En dat is precies waarom er met urgentie scherp en realistisch naar de elegantie van een dergelijk woord gekeken kan worden.

Laten we even duidelijk zijn hier.

Clusterfuck!

De wereld begeeft zich in een clusterfuck!

Het lijkt erop dat het woord clusterfuck het noodzakelijke, instrumentele, schrijnende woord is dat het spiegelbeeld van dit moment het meest elegante en poëtisch uitdrukt. Een woord dat bijna dwingt om zowel de harde realiteit als de mogelijkheid tot veranderingen te zien in verbeeldingskracht. Omdat het in woorden is waar zachtheid en hardheid elkaar ontmoeten en grote eventuele verwoestende krachten beginnen en eindigen, kan de wereld ook met woorden in onze eigen handen gedragen worden. Juist op een kantelpunt als nu! Soms zelfs letterlijk, met protestborden op straat voor de tegenkracht en poëzie op podia voor de verbeeldingskracht!