Waalfront 63
HOE MEN BRUGGEN SLAAT TUSSEN TOEN EN DAN
Resten van een krant aan de kade van deze stad
tekenen het voorgerecht van een soepfabriek in een horizon
In een blik over het water tussen de spoorbrugpoten
zie ik het golvende koepeldak van Vasim nog glinsteren in de avondzon
Een gehavend beeld vertelt mij over nijverheid
dat jou mee heeft groot gebracht
Een schoorsteen die blijft roken, strak omrand
Met aan weerszijden grijs, zoals dat van beton
Zoals dat van papier van een oude ochtendkrant,
welk in grote dikke zwarte letters
over de plannen van het nieuwe Waalfront schrijft
Een trein die langzaam de stad binnen rijdt
ramt de feiten op dit aangezicht
Een schip is zojuist aan mijn ogen ontglipt,
nadat het onder een brug door vaart, een brug die nog niet bestaat
Bielzen zijn seconden en te midden van een stilte besef ik
dat er zojuist een tussenstop is bereikt
En die tijd brak, in de golven tegen de kade. De trein maakte weer vaart
Achter het schip zag ik het gezicht van Krayenhoff al veranderen,
maar er was niets, niets dat nog iets zou veranderen aan dit moment,
dat 63 jaar Waalfront tijdloos maakt
Mario Reijnen 2011
